Leen - Klauteren uit een diepe put
Ik ben Leen, en ik wil mijn herstelverhaal schrijven omdat ik veel trauma’s meemaakte in mijn kindertijd. Ik ben nu zelf moeder van twee kinderen en gehuwd met mijn man Peter.
De reden waarom ik dit verhaal wil neerschrijven is om mijzelf verder te helpen in mijn herstel en me ook te richten naar jullie, om jullie te helpen hierin en om jullie te laten uitzoeken hoe ik ermee omga en hoe ik het vertel aan de maatschappij, of de omgeving rondom mij.
Het kleine meisje in haar innerlijke wereld
Ik was zes jaar toen mijn ouders uit elkaar gingen.
Thuis waren we met vier kinderen, twee broers en twee zussen.
Niet dat ik mijn vader veel zag, eigenlijk kan ik mij weinig inbeelden van wat ik vroeger allemaal deed met hem. Ik weet alleen dat hij veel reisde en filmde want dat was zijn hobby. Kortom hij was niet veel thuis. Op een dag kwam ik eens thuis van school omdat ik een boek vergeten was. Van de juf mocht ik het gaan halen. Het was makkelijk als je naast de school woonde. Ik begreep het niet, moeder en vader thuis! ik hoorde dat ze ruzie maakten. Ik riep maar ze hoorden me niet!
Ik vond mijn boek niet, en ging terug naar school. De juf boos omdat ik zolang weg bleef, maar ik leek in een andere wereld te zijn. Mijn hoofd was wazig.
Na de school was mijn vader er niet meer. Moeder was verdrietig en ik begreep dat we niet te veel vragen moesten stellen.
Waarom ze uit mekaar gingen werd niet gezegd, dus ik durfde het ook niet te vragen.
Uiteindelijk mochten we, nee, we moesten van de vrederechter elk weekend naar onze vader gaan. Natuurlijk werden we verwend met afhaaleten en cadeautjes van zijn reizen die hij had gemaakt. Maar al gauw werd het duidelijk dat mijn broer en mijn zus meer kregen dan ik en mijn jongere broertje.
Ik voelde me er niet gewaardeerd. De aandacht ging alleen naar mijn oudere broer en zus.
Jaren later weet ik nog steeds niet waarom ze uit mekaar gingen, ik kreeg als antwoord dat hij zijn carrière verkoos boven zijn kinderen. Ik als klein meisje begreep dat niet en trok mij dat aan. Na elk weekend kwam ik wenend thuis en kroop in mijn bed. Moeder begreep niet waarom ik altijd weende en wist niet hoe ze het moest aanpakken en werd dan maar boos. Ik moest ophouden met wenen.
Uiteindelijk heb ik het contact verbroken met mijn ‘vader’. Gek dat ik vader zeg! Want ik heb het gevoel nu dat ik nooit een vader gehad heb.
Het kleine meisje wordt groter en gaat naar de puberteit, althans dat dacht ik toch!
Het is niet meer mijn lichaam maar dat van een ander
Ik heb nu de leeftijd van elf jaar.
Ik begin te ontwikkelen naar een jonge vrouw.
Mijn leven lijkt gelukkig. Ik heb veel hobby’s: dansen, zingen, en muziekschool. Ik leerde op mijn veertiende saxofoon spelen en ging naar de koninklijke harmonie van Sint-Truiden.
Nu besef ik dat hoe meer hobby’s ik had, hoe minder ik thuis was, want thuis zijn was voor mij geen veilige plaats meer.
Op die leeftijd heeft mijn broer mij seksueel misbruikt, jaren aan een stuk, totdat hij ging verhuizen.
Ik besefte het toen niet dat het verkrachting was. Ik leefde in mijn eigen wereld. De liefde die ik niet van mijn ouders kreeg omdat mijn moeder meer tijd besteedde aan haar scheiding, kreeg ik van mijn broer. Zo dacht ik dat het moest zijn, broeder en zuster liefde.
Natuurlijk wou hij ook altijd babysitten op mij. Dat kwam goed uit voor hem.
Het begon met spelletjes en daarna werd het al serieuzer.
Ik weet dat mijn moeder een seksueel voorlichtingsboek had over seks. Dat liet hij mij telkens zien, om te zien welke standjes we konden doen.
Op het moment dat hij zijn handelingen deed met mij, was ik niet meer op de wereld. Ik sloot mijn bewustzijn uit of althans dat ging automatisch in mijn hoofd.
Ik leefde meer in mijn eigen wereld, ik werd onzekerder en aanvaardde mezelf niet. Ik mocht tegen niemand iets zeggen want dat was ons geheim.
Op school ging het natuurlijk ook niet goed. Ik kwam bijna elke dag te laat en concentreren ging ook niet. Ik ging in overleving.
Ik leefde eerder onbewust dan bewust.
Wist mijn moeder dat het niet goed ging op school, ik weet het niet!
Ik kreeg al vroeg mijn eerste maandstonden, de dag dat we op medisch onderzoek moesten gaan. Ik nog meer beschaamd, een rode vlek op mijn broek en ik moest zo de hele dag rondlopen. Maandverband had ik niet, dus vroeg ik het aan mijn juf. Doodbeschaamd was ik.
Eerste jaar humaniora, ASO. Ik geraakte er niet door, dus stopten ze me maar in het BSO. Als kleuter wou ik al verpleegster worden.
Ik volgde voeding, verzorging daarna, bejaardenhelpster. De term zorgkundige bestond nog niet.
Studeren lukte niet. De omgang met klasgenoten ging steeds moeilijker. Ik werd steeds eenzamer. Telkens vroeg ik me af ‘Wat doe ik verkeerd?’ ‘Puberteit wat is dat?’ Ik was een zorgenkind, want ik was veel ziek!
Na mijn studie ging ik werken in een rustoord dicht bij huis, althans dat dacht ik. Wat ze me beloofden ging niet door, dus moest ik maar vakantiewerk doen. In die tijd werd ik gepest door het diensthoofd en het personeel.
Het ging van kwaad naar erger.
Ik voelde de boosheid in mijn borstkas groter worden, maar ik moest een beleefd en vriendelijk meisje blijven.
Meer en meer kreeg ik ruzie met mijn moeder. Ze verstond mij niet en ik haar niet!
Dus besloot ik ergens anders te gaan wonen, tijdelijk althans, om tot rust te komen. Maar daar kwam ik ook niet tot rust. De woonst lag vrij dicht bij een spoor, het leek alsof de trein mijn kamer inreed.
Ik voelde me verdrietiger worden, het leven had geen zin meer voor mij. Ik zocht hulp, bij de mensen die mijn vriendin begeleidden, tijdens haar laatste levensmaanden. Uiteindelijk stierf ze aan een hersentumor op zeventien jaar.
Ik kon haar niet loslaten.
Ik wou bij haar zijn.
Toch besloot ik om verder te studeren als verpleegkundige A2. Verzwakt en moe moest ik mezelf gaan inschrijven voor de opleiding verpleegkunde.
Het eerste jaar slaagde ik niet en deed mijn jaar opnieuw. Het lukte nog steeds niet! Ik zakte verder weg in mijn diepe put. De nachtmerries kwamen en gingen. Ik werd zwaar depressief.
Ik wilde mijn leven beëindigen, maar het lukte niet!
Ik liet me opnemen in de psychiatrie in het Virga Jesse te Hasselt. Daar heb ik acht weken gezeten.
Eten kon ik niet, dus vermagerde ik al heel snel, waardoor ik me nog zwakker voelde. Ik moest meedoen bij de dagactiviteiten, terwijl in mijn hoofd een rollercoaster tekeerging. Ik was moe, doodmoe!
Ik wou rust, want binnenin mij leek het alsof er iets uit moest maar het ging niet!
Door een ander verhaal van een medepatiënt besefte ik wat er met me gebeurd was. Ik was seksueel misbruikt door mijn broer.
Uiteindelijk werd ik ontslagen uit het ziekenhuis, ik ging terug thuis wonen.
Al gauw liep dat grondig fout. Moeder had een nieuwe vriend en het bleek dat die al bleef slapen. Ik werd boos en snel liepen de ruzies weer hoog op. Moeder dacht dat ik haar geen geluk gunde. Ze nam het me kwalijk,
Dus besloot ze om mij in het treinstation af te zetten met wat kleren, en ik kon vertrekken.
In paniek belde ik mijn zus en vertelde haar wat er aan de hand was. Ik mocht bij haar logeren zolang ik wou! Ik vertelde over het seksuele misbruik aan mijn zus, en ik kreeg te horen waarom mijn ouders gescheiden waren. Ik was toen eenentwintig jaar.
Ik ben nu zo dankbaar tegenover mijn zus, dat ze me hierin hielp, anders moest ik op straat leven. De steun van haar hielp mij ook in het overleven.
Mijn vader had gevoelens voor jongens! Dat hij iets deed met kleine jongens was niet uitgesloten. Maar hij beweerde wel niks met mijn broer gedaan te hebben.
Ik liet mij verder begeleiden door het CGG te Leuven. Zeven jaar lang heb ik therapie gevolgd om te overleven. Mijn moeder kwam het seksuele misbruik ook te weten, maar ze ontkende het! Mijn broer had haar verteld dat het maar een spel was.
De knoop in mijn borstkas werd maar groter en groter!
In die tijd leerde ik iemand kennen met wie ik getrouwd ben en met wie ik twee kinderen kreeg.
We overleefden samen, want we leerden mekaar kennen op het moment dat we allebei op een dieptepunt zaten. Onze band werd sterker. Hij leerde me socialer te zijn. Hij steunde mij en ik hem. Ergens had ik nog de kracht om te willen werken, om zelfstandig door het leven te gaan. Ik denk wel dat ik wilskracht van mijn moeder meekreeg.
Ik vond vlug werk en ging ermee aan de slag. Ook dat liep in het honderd.
Ik gaf niet op en solliciteerde voort. Ik vond werk in een rusthuis te Leuven, niet ver van mijn woonst.
Ik trouwde met Peter, en we kochten een huisje in Landen.
Acht jaar heb ik er gewerkt. Toen werd ik ontslagen. Ik wist niet meer wat ik moest doen. Ik nam mijn tijd, en daarna deed ik verschillende interims jobs.
Mijn puberteit
Ik moet zeggen dat mijn eerste huwelijksjaren niet gemakkelijk waren. We kregen onze eerste zoon en zijn nachten waren niet altijd rozengeur en maneschijn. Door te weinig rust en slaap voelde ik me een zombie.
De prikkels werden heviger en onze relatie ging moeilijker en moeilijker. Ik had het gevoel dat ik stikte. We deden alleen nog maar de zorg voor de kinderen. Een gelukkig momentje voor ons twee was er niet! We kwamen niet tot rust, wat vaak leidde tot ruzies.
Er kwam ook een periode dat ik besefte dat ik mijn lichaam nog steeds niet kende. Ik kreeg andere gevoelens, gevoelens naar vrouwen toe! Ik bleef gevangen met die gedachten, en werd er meer en meer mee geconfronteerd. Wie ben ik? Ik worstelde ermee. Mijn puberteit was nu pas begonnen, ook al bleef ik van mijn man houden.
Uiteindelijk heb ik het verteld aan mijn man, en dat ik hem had bedrogen.
Twee jaar hebben we gescheiden geleefd van tafel en bed. We voelden ons gekwetst en verdrietig. Maar we gingen niet scheiden, dat was te duur!
Ik begon de realiteit te beseffen. De relaties met vrouwen waren geen succes, alleen de intieme momenten waren voor mij hemels. Het leek alsof ik een ander soort liefde leerde kennen, de zachtere kant.
Ik verzoende mij met mijn man en onze huwelijksjaren gingen verder.
Alleen op carrièrevlak ging het met mij niet goed. Ik was er mij van bewust dat stress en conflicten een belemmering waren om ermee te kunnen omgaan. Dus zochten we hulp!
Steunbronnen
Ik besefte dat ik de kern van mijn trauma nog niet aangepakt had, alleen nog maar de overleving. We spreken nu van dertig jaar later. Al die jaren ben ik boos geweest op mijn moeder en de familie. Ik hoorde er niet meer bij. Ze spraken boven mijn hoofd of via een omweg!
Het was voor mij een openbaring van verdriet, kwetsbaarheid en schaamte. Daarenboven deed ik ook aan stresseten, overdag niks en ‘s avonds heel veel! Van chips en snoep kwam ik kilo’s aan. Mijn sociale leven was niet goed. Het leek alsmaar meer dat ik er niet bij hoorde.
Met 1 gezin 1 plan werd ons gezin geholpen. Er kwam uiteindelijk een eerstelijnspsycholoog aan te pas. Algauw merkte we op, dat de problemen van bij mij kwamen.
Met 1 gezin 1 plan, leerde we planningen maken en onze me- time te gebruiken. Dat was feest!
Daarna ging ik naar de groepssessies van het CGG, omdat de wachtlijsten voor individuele sessies toch wel lang waren.
Door die groepssessies leerde ik de HerstelAcademie in Tienen kennen. Ik heb al vaak modules gevolgd.
Bij elke module kwam ik dichter bij mijn herstel. Ik werd enorm gespiegeld en gereflecteerd naar mezelf toe. Naar het vroeger en nu!
Bij Artinus, de kunstklas voor psychische kwetsbaren, kon ik mijn gevoel als klein meisje uittekenen. En er volgde een expo waar ik mijn verhaal over mijn werken kon vertellen.
Dat was voor mij een enorme openbaring. Mensen die ik vertrouwde, kwamen, zelfs mijn zus en mijn moeder. Ik was enorm zenuwachtig omdat ik niet wist hoe mijn moeder zou reageren. Maar al bij al viel het goed mee. Ze kocht zelfs een werk van mij, dat ze nu in de keuken heeft opgehangen.
Ik ben nog steeds in behandeling bij mijn psycholoog. Ook daar deed ik aan groepssessies maar nu meer individueel. Hij paste bij mij E.M.D.R. toe.
De eerste keer hielp E.M.D.R. niet bij mij omdat ik tijdens mijn overleving een onderontwikkeling creëerde in mijn hersenen.
Ik kon niet teruggaan in mijn kwetsbaarheid en emoties .
Na verschillende sessies sloeg het wel aan. Ik kreeg twee ballen verlengd met draad in mijn handen die trilden. Naargelang ik meer naar mijn gevoelens ging, gingen ze harder trillen.
Volgens de psycholoog hielp mij dat meer dan die lichtflitsen. Zo kon ik mijn trauma draaglijker maken.
Ik heb vrijwillig gewerkt in WZC Alexianen, crea met de demente bejaarden.
Dat was voor mij enorm fijn om te doen, de babbels en weetjes beluisteren en hun talenten naar buiten brengen, en horen wat ze vroeger allemaal deden.
Creatief zijn is voor mij ook een hulpmiddel om te leren omgaan met stress. Als ik me niet goed voel, doe ik het liefst van al crea! Met mensen om mij heen of individueel.
Nu ben ik één dag/ week actief bezig in het crea-arbeidscentrum van de Alexianen broeders van Liefde.
Knutselen op aanvraag voor Leuven en Tienen, dat kan eender wat zijn.
Ik leer daar ook veel uit, en het is ontspanning. Het zet mijn gedachten ook op iets anders. Ik leer stilaan ook terug te communiceren met anderen op werkvlak. Ook dat is een leerproces voor mij.
Op 22 september 2025 ben ik gestart met de opleiding maatschappelijk ervaringswerker aan de UCLL te Heverlee, om nog meer te werken aan mijn verdere herstel, en om naar de toekomst op werkvlak aan de slag te gaan.
Einde
Ik ben nog steeds herstellende van mijn trauma, maar mijn doel is om ermee te leren omgaan door mijn studies en kennis. Ik hoop dat ik door mijn verhaal te publiceren de juiste mensen kan bereiken en hen kan helpen bij hun herstel.
Ook heb ik (h)erkenning gevraagd aan mijn moeder, omdat dat dat voor mij heel belangrijk is .
Ik wil dit verhaal opdragen aan mijn twee vriendinnen, die het helaas niet overleefd hebben...